Berichten

Herfstblues

Afbeelding
Weer zag ik wolken op de vlucht,
al steenkoolgrijs en laaggehangen
in de nog aarzelende najaarslucht,
die mij als altijd doen verlangen

naar dagen rondom huis en haard
waarin naar binnenkeert het leven
en dat, als aan zichzelf gegeven,
gevallen bladeren vergaart,

waaraan 't bestaan, om kort te gaan,
in najaarstij behoefte heeft
om bij de dingen stil te staan,
te vinden wat het leven geeft.

Dan, met de gordijnen eerder dicht,
een boek van gister dat nog open
als een belofte op de tafel ligt -
en de oliestook nog nagelopen,

komt het bij mezelf vaak boven
dat er iets verborgen ligt
in alle herfst bij minderend licht

en dat me steevast doet geloven
in laaggehangen wolken, boven.

Oktober

Afbeelding
Op de kalender staat geschreven
dat het kaal wordt in de bomen
en dat straks de blaadren zweven
nu oktober is gekomen.

Roestbruin kleurt de pagina
en voorspelt de wrede winden
waarin dagen 't duister vinden
als ik door de herfst heenga.

Omzichtig sluipt hij naderbij
in dagen vol van schamel licht
en doet de deuren dieper dicht
tegen vocht en tocht en wintertij.

Toch ben ik er niet rouwig om,
want eens moet het gebeuren,
een einde aan de mooie kleuren
van heel de zomer zo rondom.

Maar aan 't einde van de dag,
vol herfst en kilte om me heen,
leek het of ik iets treurigs zag,
al houd ik dat voor mij alleen.

Doek

Met grote ogen zag ik hem aan,
hoe hij, met kwast en met palet
en diep voldaan zo daar kon staan,
als Rembrandt eens met een baret.

Ik was nog jong, en wist nog niet,
door een stapje achteruit te gaan,
dat iemand op het doek weer ziet
iets van dit wonderlijk bestaan.

Zie hoe zijn hand het doek bespeelt
en zijn penseel de wereld kleurt -
en daarmee heel mijn leven heelt,
hetgeen ook echt gebeurt.

De lucht in dun blauw aangebracht,
voorzichtig wit dat verder drijft
boven een zee die langs het strand
om dagjesmensen spoelt.

Het doet me goed en wat me blijft
is een tableau boven 't verstand,
een wereld die weer tot me lacht
- en stil ben ik zoals het voelt.

Rauwkost

Afbeelding
In de dierentuin stond ik te kijken
hoe het met de apen was,
of zij soms op mensen lijken
of als apen achter glas.

Naast hun verse voer gezeten
eten ze hun buiken rond,
kijk toch hoe ze 't beter weten
met de sla nog in hun mond.

Appelsienen, mandarijnen,
paprika's in groen en geel,
spitskoolblaren om te lijnen,
als een snoepje door hun keel.

Kijk daar gaat zij vliegensvlug
met een stengel selderij
en een kleintje op haar rug,
heel gezond en glutenvrij.

Zie ze toch meewarig kijken
naar de mensen op bezoek,
die maar niet op apen lijken
met hun kruimels zoete koek,

met hun pillen en malaise,
met een puntzak in hun hand,
vol met friet en mayonaise
uit het groot McDonaldsland.

Gauw ben ik naar huis gesjeesd,
heb me blauw aan groen gekocht,
vroeg de groentenman bedeesd:
naar de dierentuin geweest?

Goed wijs

Afbeelding
Soms loop ik rond met een gevoel
of alles om mij heen bekoort,
en alle dingen waarvan 'k wil zingen
zich scharen rond de melodie
die 'k tussen maan en sterren zie.

Dan weet ik weer wat ik bedoel
als zonlicht in de vroegte gloort
en ik jeugdig opsta uit mijn stoel
en niets ter wereld mij nog stoort.

Geen mus kan van het dak afvallen,
of de Schepper weet ervan,
geen mens wordt nog geboren
die nergens thuis mag horen.
We zijn weer vrienden met z'n allen,
het leven leest als een roman.

Het heeft iets van het paradijs,
dat licht en luchtig valt te dragen,
dat in ons woont sinds heugenis
en zeker waar geen leugen is,
al zijn er mensen die me vragen:
wat heb je, ben je wel goed wijs?

antiquariaat

Afbeelding
Iemand heeft het opgevist,
gevonden in een antiquariaat,
een bundeltje waarvan ik wist 
dat het altijd nog bestaat
en dat iemand het ooit zou geven,
aan mij, een dag nog in dit leven.

Met onder in de hoek geschreven
van het schutblad dat verweerd
en diep vergeeld hoe lang al niet
het leven en de tijd trotseert,
de naam van een bewonderaar
die ooit de dichter heeft geƫerd.

Al bladerend komt het terug
dat ik betoverd door de strofen,
als Goethe liggend op zijn rug,
iets hogers las dat komt van boven;
een wereld waarvan ik altijd dacht
dat het zou blijven, alle dagen.

Als antwoord op mijn vragen
is het vandaag teruggekeerd
wat bijna eens verloren ging
door alles wat mijn ogen zagen
in een wereld als een lelijk ding:

dat oud gevoel van eens voorheen,
zo'n bundeltje dat stoffig staat
en op me wacht en met me praat,
omzichtig kijkt naar wie er loopt
de schappen langs en dan iets koopt
wat in een mens niet gauw vergaat.


Dinsdag 13 juli 1954

Eens op een dinsdag geboren
zag ik hoe mooi de wereld was,
met goudbrokaat in ochtendgloren,
in stralend licht door helder glas.

Omringd door zomergeuren
en mijmerij om mij verstoven,
heb ik het wonder opgesnoven,
gedrenkt in myriaden kleuren.

In 't vroege uur heb ik gezien
hoe vol en groot de bomen waren
en niets in mij dat kon verklaren
waarom het groen was bovendien.

De eerste vlieg die langs me vloog
deed me verbazen met een zucht
dat zoemend zich iets voortbewoog,
zo zonder benen in de lucht.

En ook dat schapen wolken waren,
wit grazend in een blauwe wei,
deed me omhoog en vragend staren
met grote mensen aan mijn zij,

die mij vandaag de dag nog vragen
waar ik toch in gedachten ben
als ik heel stil op dinsdagen
weer in mezelf het kind herken.