Gezelle












genietend in Brugge
op een terrasje waar een standbeeld staat,
hoogzomer was het - en de zon
deed niets dan stralen
zoals dat vaak met dagen gaat
waarop een mens eens kan verdwalen.

omhoog gekeken stond hij daar,
de dichter uit het Vlaanderland.
de priester vol van dromen,
met woorden als van Hogerhand.

waarvan hij sprak, het is te lang geleden,
zijn bundels uit mijn leven weggewaaid,
de schoonheid van zijn stille strofen
verraden door een haan die kraait.

toch wilde iets zich kenbaar maken,
rond de tafel, het brood, de wijn,
alsof mijn geest hem wilde raken
en brons weer was als eens satijn.

even dacht ik dat ik hoorde
'o 't ruischen van het ranke riet',
zijn vers dat me altijd toebehoorde,
als geluk en nooit verdriet.

bij 't vertrek keek ik nog om,
slechts om zijn blikken op te vangen,
waarbij de glans van zijn gezangen
nog rond zijn beide wangen glom.

Reacties

  1. Hoe hij het alles wist te omschrijven.

    Mooi moment had je daar...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. in zijn aanschijn voelde ik me klein, hilly, dus ben ik terug beginnen bladeren in zijn werken. groots dichter.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen