loflied

't Wordt hoog tijd dat ik een ode breng
aan dichters die me dierbaar waren,
hun woorden die op fijne snaren
me verder zetten in de tijd...

Een loflied aan het Ruisend Riet
dat ik nog hoor in vroege uren,
over het water me doet turen
met Guido Gezelle aan mijn zij -
mijn hart een trillend lied.











En zie hoe 't overal geurt en blinkt,
hoor hoe een vogel in 't boschje zingt,
waar felle bloemen staan, de volle kelken,
een feestdis in het gras, en over elken
roemer verschijnt Gorters zoete wijn.












Met 't kind dat naar de wolken keek
en naast zijn moeder op de hei
vertelde waarop het alles leek
terwijl zij zachtjes schreide,
bleef Martinus Nijhoff me nabij.














Zingend in zijn Zwerversliefde:
laten wij zacht zijn voor elkander kind,
tref ik de maatloze verlatenheden
als doornen uit een lang verleden,
waarmee een Roland Holst me vindt.














En toen een vis eens was gevonden
en oud was als een coelacant,
weende de vinder van verwondering
die stond te kijken aan het strand
met Achterberg's gedicht als wonder.














't Wordt tijd dat ik niet langer wacht
een ode op te dragen, na alle dagen
dat ik staarde naar hun woordenpracht,
de verzen die voor mijn ogen lagen.



Reacties

  1. Ik heb ook die bewondering voor dichters en de woorden die ze schreven. Een prachtig loflied heb je er van gemaakt.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten van deze blog

Hans

D-Day, 6 juni 1944

Kraai