tafelen van dame en heer











op zilveren voeten trippelt
het bestek over de tafel. ik
zit kaarsrecht, zij zit gebogen.
statig als een zeppelin drijven
geuren tussen de bloemen
die met hun knoppen contouren
van verre landen opvoeren, maar
zonder heimwee. ik diste
ons geluk op maar mijn honger
naar haar lust geen gerecht dan

van haar aard. we wuiven ons koelte
toe met servetten. ik wil haar
naakter, haar rug die glad is lijk
ivoor dat door de strelingen van
duizend en één nacht ingesleten
is, wil ik vervolmaakt zien. lak spat
van haar nagels als haar gehakte lopen
om de tafel nadert. ik vlij haar in
het gras en vouw haar als waaiers open.

Reacties

  1. geweldig!

    'statig als een zeppelin drijven geuren tussen de bloemen'....alleen die zin al verdient een literatuurprijs!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. tja, lieve k. de literatuurprijs der kleine woorden dan, die der simpele zielen, van de dwaze malloten... ; -) dank voor je meetafelen!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen