lieve liefde

het meisje dat gij zijt
zijt de wind die speelt
over alle rozentakken,
zijt de gitarist
met de rode vest
die modern aandoet
als een klaproos mijn.

gij zijt de reden waarom ik besta,
zoals de blauwvoet van Rodenbach,
zoals l'albatros van Baudelaire,
altijd zie ik u boven mij.

ik kus je droom met mijn bloed en de snik van mijn lippen
en de traan van mijn mond en de druk van mijn knieƫn en de klem
van mijn armen en naast me rust je hoofd waarin ik tergend traag
mijn zachte woorden uitgiet zonder morsen en in jou woont een groot land
en de geschiedenis van de wereld is de huid van jouw opperhuid
en je bent een letterteken zo zuiver en gesneden uit het oog der aarde

u zien
is een lucifer aanstrijken
in een donkere kamer
u zien
is met verzwikte pols
nog durven schilderen
u zien
is witloof opdienen
in een accanthusblad
u zien
is kontoeren bepalen
en sterren zoeken
u zien
is mannelijk zijn
als porceleinen isolatoren

en ja, ge zijt gij een blomken,
zo teer en zo fijn en zo kleene,
als ik soms naar u sta te lonken,
voel ik de gloed tot mijn tenen.

schuldeloos meiske, rozeken lief,
dat op mijnen weg ik ontmoette,
en plukte en lachend omhoge hief,
in mijn armen zijt gij toch zo zoete
(naar GG)

Reacties

  1. Prachtig Herman. Ik hou van die vlaamse taal, die mooie sfeer die je weet te scheppen.
    Ik zal hier nog vaker komen om meer van dit 'schoons' te lezen.

    Hartelijke groet,

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. dank, jan, voor het waarderen van onze mooie tale!
    mijn avondgroet. h.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen